In minder dan één maand tijd heeft de Londense Royal Opera twee nieuwe producties voorgesteld van opera’s die er reeds verschillende decennia niet meer op de affiche stonden. Na Puccini’s ‘Manon Lescaut’ – waarover Lucrèce Maekelberg berichtte – was het de beurt aan ‘Maria Stuarda’ van Donizetti, een opera gebaseerd op het drama van Schiller en die slechts vijf opvoeringen had gekend in 1977 met Joan Sutherland in de titelrol. 

In minder dan één maand tijd heeft de Londense Royal Opera twee nieuwe producties voorgesteld van opera’s die er reeds verschillende decennia niet meer op de affiche stonden. Na Puccini’s ‘Manon Lescaut’ – waarover Lucrèce Maekelberg berichtte – was het de beurt aan ‘Maria Stuarda’ van Donizetti, een opera gebaseerd op het drama van Schiller en die slechts vijf opvoeringen had gekend in 1977 met Joan Sutherland in de titelrol. 

Dit keer was de heerlijke Joyce DiDonato de voornaamste troef van deze nieuwe realisatie, een coproductie met het Liceu van Barcelona, de Nationale Opera van Polen en het Théâtre des Champs Elysées van Parijs. De enscenering was toevertrouwd aan het Belgisch-Franse team Moshe Leiser en Patrice Caurier van wie we onlangs nog een productie van ‘Otello’ van Rossini konden bewonderen in de Vlaamse Opera.

Intentie te weinig geslaagd

Jammer genoeg is hun versie van ‘Maria Stuarda’ niet zo geslaagd. In een neutraal, ultra sober, grijs en triestig decor van Christian Fenouillat dat evengoed het paleis van Westminster als Fotheringay, een tuin of gevangenis moet oproepen, evolueren Maria en Elisabeth I in historische kostuums terwijl Leicester, Cecil, Talbot, Anna en de koren hedendaagse kledij dragen. Blijkbaar wilden de regisseurs op die manier benadrukken dat macht, verlangen en geweld van alle tijden zijn. Een beslist lovenswaardige intentie die echter weinig geslaagd werd gerealiseerd. 

Wat te denken van Elisabeth die met champagne dineert voor de gevangeniscellen. Of die de grote bijl hanteert waarmee Cecil rondloopt, als het ware om op de terechtstelling van Mary Stuart aan te dringen. En dan heb ik het nog niet over de projectie van dia’s waarmee Maria haar gelukkige dagen van vrijheid evoceert. Er was één mooi beeld : de vorming van een mensenketen met kaarsen voor de gevangenis waar Maria op haar executie wacht.

Muzikale uitvoering van hoog niveau

Gelukkig was de personenregie overtuigender en de muzikale uitvoering van een hoog niveau. Er was vooral de lumineuze aanwezigheid van Joyce DiDonato in de rol van Maria Stuarda die ze vertolkt met een ontroerende eerlijkheid en veel adel. En dan is er haar soepele mezzo-sopraan, rijk en krachtig met een heerlijk zijden timbre, haar verbluffende techniek, haar virtuoze coloraturen, haar gouden legato en haar dramatisch engagement. Een schitterende prestatie.

Carmen Giannattasio heeft niet dezelfde allure maar verdedigt zich meer dan verdienstelijk als Elisabeth, tegelijkertijd worstelend met een enorme hoepelrok (kostuums Agostino Cavalca). Ze geeft het personage autoriteit met een expressieve sopraan.

Ismael Jordi is een jonge en vurige Leicester (die zijn gespierde borst mag en kan ontbloten!) en zingt met een heldere en soepele tenor waarvan het timbre wat meer fluweel zou kunnen gebruiken. Matthew Rose geeft adel en een mooie, warme basstem aan Talbot. Jeremy Carpenter is een verraderlijke Cecil en Kathleen Wilkinson een degelijke Anna Kennedy. De koren presteren goed evenals het orkest van de Royal Opera onder de aandachtige, dynamische, soepele en suggestieve leiding van Bertrand de Billy die het drama stevig in zijn greep heeft.