Voor de voorstellingen van Il Viaggio a Reims heeft de Vlaamse Opera opnieuw de Rossini-specialist Alberto Zedda als dirigent uitgenodigd. 

Voor de voorstellingen van Il Viaggio a Reims heeft de Vlaamse Opera opnieuw de Rossini-specialist Alberto Zedda als dirigent uitgenodigd. Dit is de beste zet die ze met deze productie gedaan heeft. De oude maar kranige meester maakt van de avond een muzikaal feest. Zijn levendige aanpak belet hem nergens de subtiele finesses van de muziek te laten horen die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de ironische stijl van het stuk. Elk personage – of het nu de opschepper Don Profondo is of de dandy-achtige Lord Sidney – krijgt zijn passende muzikale stijl en zo zorgt de maestro dat er geen verveling optreedt bij een stuk, dat als een lappendeken bij elkaar gepuzzeld is. Dat het orkest voor hem zijn beste beentje voorzet, is er duidelijk aan te horen. Het orkest van de Vlaamse Opera leek wel gemetamorfoseerd in een authentiek Rossiniaans ensemble, briljant en sprankelend. Het lijkt echt mee te genieten van de melodische rijkdom en de fascinerende belcantozang die Rossini op hun pupiter tovert.

Passé Sabenatijdperk

Met deze muzikale troef hebben we dan wel het knapste van de voorstelling aangehaald. Dit verhaaltje van niemendal is vooral een vehikel voor de pure muziek van Rossini maar de voorstelling maakte duidelijk dat je een heel vindingrijke regisseur nodig hebt om er een visueel spektakel van te maken. Veertien VIPS uit verschillende landen zijn op weg naar de feestelijke kroning van Charles X in Reims en stranden in een hotel in Plombières. Als blijkt dat ze – wegens gebrek aan paarden voor de koetsen – hun reis niet tijdig kunnen verderzetten, bouwen ze ter plaatse maar een feestje en zingen op het einde evengoed de lof van Frankrijk en de nieuwe koning.

Regisseuse Mariame Clément zet de genodigden vast in een vliegtuig dat niet tijdig kan vertrekken. We zien als decor een in de lengte middendoor gesneden  vliegtuig met passagierszetels netjes op rij op het bovenste dek (voor het koor) en beneden kris kras door elkaar. Beneden vertoeven de genodigden. De kleuren zijn spuuglelijk, de “handelingen” belachelijk (stereotiepe veiligheidsvoorschriften tonen), de hostessen pedant en oubollig. Je denkt aan het definitief verleden Sabena-tijdperk. Madama Cortese, origineel de gastvrouw van het hotel, is hier gekleed in een stijf uniform als kapitein van het vliegtuig. De personages zitten totaal geblokkeerd en kunnen behalve elkaar irriteren (door bij voorbeeld met tijdschriften rond de oren slaan) niets doen.

Frequent toiletbezoek

Wat het meest tot handelen(!) aanzet, is gebruik maken van het toilet en – ik heb het niet geteld –dat wordt dan ook zeer frequent gedaan….Zelfs de verzoening tussen Marchese Melibea en Graaf Libenskof krijgt haar beslag op het toilet, een koldereske scène die niets meer met ironie maar alles met platte grappigheid te maken heeft.

Ik heb de indruk dat Mariame Clément verstrikt geraakt is in haar eigen vliegtuigidee en dan geen lijn meer in haar (daardoor sterk ingeperkte) fantasie gekregen heeft. Het grote concertato stuk voor veertien stemmen is het einde van het eerste deel en dat heeft dan eindeloos geduurd….

Het tweede deel is in verhouding kort en na de hierboven beschreven liefdesscène tussen Melibea en Libenskof volgt de finale met de nationale hymnen, die misschien de best geslaagde scène is van het hele stuk.

In het eerste deel is de mooie aria van Corinna (arpa gentil) een troostpunt. Ze zit ervoor achter een aureoolvormige sluier die onze blik even van de vliegtuigromp afleidt. Corinna (Elena Gorshunova) is ook een van de mooiste stemmen in de voorstelling, een heldere sopraan met soepele coloraturen, zoals Rossini het vereist. Ook de mezzo Anna Goryachova (Marchese Melibea) zong haar partij met veel verve en voor deze overigens goede actrice was het pijnlijk om zich zo stupide te moeten opstellen in de liefdesscène met Libenskof. Bij de stemmen die het waard zijn te vernoemen, behoren zeker Don Profondo (Carlo Lepore) als verzamelaar van antiek. De andere stemmen van deze uitgebreide solistenbezetting waren aanvaardbaar, behalve de belangrijke rol van Madama Cortese( Serena Farnocchia), die een hard en kelig timbre had. Zoals Maestro Zedda me tijdens een gesprek zegde, er zijn zoveel solisten dat het tegenwoordig onmogelijk is voor allen een topbezetting te hebben zeker rekening gehouden met het beperkte aandeel dat ze moeten zingen. Maar er was vocaal een aanvaardbaar geheel samengesteld.

Een Rossini-productie die als voorstelling enkel zal bijblijven omwille van het schitterende aandeel van het orkest onder leiding van de vitale Alberto Zedda. Bravo maestro, mille grazie!