Lucrezia Borgia wordt door Guy Joosten in het Koninklijk Circus op een karikaturale manier neergezet, maar het resultaat toont aan dat die regie absoluut niet strookt met de muziek van Donizetti die de momenten van uitbundigheid en feestgedruis steeds laat infiltreren door somberheid en een donkere orkestkleur om het dreigende van het verhaal te beklemtonen.

De zaal van het Koninklijk Circus is niet zo makkelijk te bespelen voor een intiem werk als Donizetti’s Lucrezia Borgia. Misschien heeft dat regisseur Guy Joosten de kaart laten trekken van de karikatuur, waartoe de losbandigheid van de Borgia-familie in het algemeen, en de slechte reputatie van het titelpersonage, aanleiding kan geven. In Donizetti’s opera is Lucrezia nochtans een tragisch personage, een slachtoffer enerzijds van haar kwalijke reputatie, anderzijds van een fataal misverstand. Haar hardvochtige echtgenoot Alfonso d’Este aanziet immers haar genegenheid voor Gennaro als overspel en heeft er geen vermoeden van dat er moederliefde bij te pas komt.

 

Het sinistere verhaal is niet helemaal vrij te pleiten van pathetiek. Misschien zit daarin de moeilijkheid deze opera op een geloofwaardige en aanvaardbare manier te brengen. Hem als farce en karikatuur brengen, is een optie, maar de voorstelling in het circus toont aan dat die absoluut niet strookt met de muziek van Donizetti die de momenten van uitbundigheid en feestgedruis steeds laat infiltreren door somberheid en een donkere orkestkleur om het dreigende van het verhaal te beklemtonen. Voortgaande op de zwartgallige decorbeelden heeft de regie van Joosten zich misschien wel dat sinistere tot doel gesteld, maar het is er niet uitgekomen doordat hij er het karikaturale te dik op legt. Je geraakt uitgekeken op de carnavaleske figuren die vooral hun clown-neus achternahollen en in het laatste bedrijf als pseudo-religieuzen pervers met hoertjes (halfnaakte natuurlijk) spelen. Voor spanning in de intrige zorgen ze in elk geval niet.

 

De ronde circusruimte is afgebakend met reuzengrote maskers van een doodskop, een grijnzende nar, een madonna met zwaard in het hart en centraal een topless Lucrezia-beeld. Rond de tepel is een slang getatoeëerd, als het sluipend gif dat de doodsoorzaak van Gennaro zal zijn. De grote zwarte hoepelrok is tegelijk de opening voor het rode toneelgordijn. De letters Borgia staan er op geschreven. Dat is handig, want als Gennaro dan de belediging uitspreekt aan de Borgia’s als “orgia” kan visueel de letter “B” verdwijnen. (Gennaro schiet het neonlicht stuk met zijn pistool – in het libretto verwijdert de B uit het wapenschild van de Borgia’s). Hij wordt daarvoor door Alfonso gearresteerd, maar die verplicht Lucrezia de straf te bepalen voor Gennaro: gif of de dood met het zwaard. Een verscheurende keuze voor Lucrezia die ondertussen ontdekt heeft dat Gennaro haar verloren gewaande zoon is. Een eerste keer kan ze met tegengif Gennaro redden maar op het feest bij Negroni in het tweede bedrijf sluit de val zich rond hem. Lucrezia onthult de stervende Gennaro zijn identiteit als Borgia en sterft dan zelf.

 

Elena Mosuc probeert met haar krachtige stem en assertieve optreden nog enigszins spanning in het verhaal te krijgen, maar ze kan de chaos van de voorstelling niet redden en haar rol verzinkt in een weinig aangrijpende triestheid. De coloraturen vereisen net te veel van haar stem en durven wel eens naar het krijsen toegaan. Eigenlijk kon de als verkouden aangekondigde Charles Castronovo als Gennaro nog het meest op mijn empathie rekenen in de voorstelling. Al liet de verkoudheid inderdaad zijn sporen na, het was duidelijk dat hij een stijlgetrouwe Gennaro kon zingen en als karakter was hij nog het best getekend. De musico-rol van Orsini is niet de beste rol die ik Silvia Tro Santafé heb horen zingen. Misschien zet de ruimte van het circus de zangers ertoe aan druk op hun stem te zetten? De vertolking van Paul Gay als Don Alfonso was gewoon slecht en glansloos. Julian Reynolds dirigeerde routineus een orkest dat bij momenten mooie zinderende klanken produceerde (contrabassen en celli) en spetterende blazers (piccolo) maar er was geen vonk die deze zelden uitgevoerde opera van Donizetti tot een belevenis had kunnen maken.