Verdi focust in zijn opera’s vooral op de psychologie van de personages. Hoe vergaat het Leonora als slachtoffer van de noodlottige vervloeking door haar vader, Alvaro als haar geliefde, outcast en opgejaagde door de wraak van Leonora’s broer Carlo? 

Verdi focust in zijn opera’s vooral op de psychologie van de personages. Hoe vergaat het Leonora als slachtoffer van de noodlottige vervloeking door haar vader, Alvaro als haar geliefde, outcast en opgejaagde door de wraak van Leonora’s broer Carlo? De essentie van La forza del destino is het complexe verhaal over liefde, angst, eer, wraak en dood waarmee de protagonisten geconfronteerd worden in een episodische structuur. Grote gevoelens waar Verdi prangende muziek voor componeert. Dirigent Alexander Joel heeft het gesnapt, Michael Thalheimer laat zich te veel afleiden door de context. La Forza del destino regisseren is geen eenvoudige klus. We krijgen terecht een overheersend duistere scène. Jammer genoeg ontbreekt hierin een scherp inzicht in de kern van het verhaal.

Het eerste bedrijf zet ons nochtans op het goede spoor met het zwarte decor waarin Leonora in haar zuiver-witte (bruids)jurk, “pura siccome gli angeli” als het ware voorbestemd lijkt voor haar slachtofferrol. Maar dan smijten de figuren die aan de zwarte rand het tafereel volgden, met veel lawaai stoelen op de scène: het decor voor de herberg van het tweede bedrijf.

Context meer aandacht dan sterke personenregie

Van dan af zag ik geen enkele scène in de productie die de noodlottige liefde van Leonora en Alvaro, de vete tussen Carlo en Alvaro op een spannende en aangrijpende manier toont. De confrontatie bij voorbeeld tussen Carlo en Alvaro waarin Alvaro zich verraden weet door de man met wie hij in de vorige scène eeuwige vriendschap gezworen heeft, verliest elke aangrijpende diepte door ze te plaatsen te midden van een slagveld vol bloederige soldaten. De ultieme wraak van Carlo als hij in de slotscène zijn zuster neersteekt is zo stuntelig geregisseerd dat het belachelijk overkomt. De zelfmoord van Alvaro terwijl het koor het Miserere zingt, lijkt een onbelangrijk fait divers in plaats van het tragische eindresultaat van het noodlot dat hem het hele stuk achtervolgt. Het minimaliseert het belang om uitgerekend deze Sint-Petersburg- versie uit te voeren, met een drastischer einde dan de latere versie waarin Alvaro zich deemoedig en verzoenend opstelt bij de dood van zijn “engel” Leonora.

Wraak, eergevoel en geloof drijven de protagonisten als een noodlot naar de meest diverse plaatsen: een herberg, het slagveld, een klooster. De context van de oorlog gaat in deze productie gepaard met afgrijselijke taferelen van massaal bloedvergieten. Thalheimer maakt van die oorlog het sterkste visuele element in zijn voorstelling. De sobere zwarte achtergrond, die goed zou kunnen werken voor het sombere drama, ontsiert hij met figuren die niets te doen hebben, in onderjurk geklede lichte meisjes, en overvloedig met bloed besmeurde soldaten. Moet de chirurg die de kogel uit de borst van Alvaro haalt er nu echt als een slachter uit zien?

“De regisseur moet de inhoudelijke en emotionele structuren van de individuele scènes blootleggen en de toeschouwer het fragmentarische tonen en niet overpleisteren of dichtsmeren met een of ander bont koloriet en schone kostuums en taferelen. Zo dreigt de toeschouwer nooit tot de kern van de geschiedenis door te dringen.” Had Michael Thalheimer zijn eigen theorie uit het programmaboek (pag 55) maar beter in praktijk gebracht!

Gothic?!

De koorscènes waartegen het persoonlijk lot van de protagonisten geplaatst wordt (de herberg en het soldatenkamp met Preziosillia), brengen normaal even een wat lichtere toets in het drama. Hier zijn ze een en al somberheid (herbergscène) en gruwel (kampscène). Preziosilla is een waarzegster en zigeunerin die de soldaten amuseert. Hier wordt ze voorgesteld als een “gothic” bezwerend personage. Nu begrijp ik hoe de Vlaamse Opera op die “gothic destiny-” themadag komt in de Gentse Opera (25-2). Persoonlijk kan ik “gothic” niet echt met La Forza del destino vastknopen en zeker niet met Preziosilla. Het zal met een tijdstrend te maken hebben?

Leonora als engel

Toch zijn er een paar geslaagde details in de regie: de manier waarop Alvaro in het eerste bedrijf “per ongeluk” de vader van Leonora doodt, is geloofwaardig. En vooral het grote kruis dat in de zwarte achterwand van het decor afgelijnd is, heeft zijn functie als verwijzing naar het geloof waarin zowel Leonora als Alvaro zich terugtrekken uit wanhoop. Het vormt tegelijk het decor voor het klooster en geeft vooral een mooi effect als Leonora in de hoek van het kruis haar kluis betrekt.

Koor en orkest bieden soelaas

De zangers halen tot overmaat van ramp niet het niveau om ons met een onbevredigende regie te verzoenen. Jaco Huijpen klonk in de partij van de vader Markies van Calatrava oud en versleten, Catherine Naglestad zong zeer onevenwichtig en kon de aangrijpende dramatische partij van Leonora duidelijk niet aan. Mikhail Agafonov (Don Alvaro) was met zijn slepend timbre en poging tot brute kracht een regelrechte ramp. Vladimir Stoyanov was als Carlo di Vargas degelijk zonder meer. Viktoria Vizin miste het bruisende van een Preziosilla, waarschijnlijk ten dele omwille van de regie. Padre Guardiano (Christof Fischesser) en Fra Melitone (Josef Wagner) vielen als kleine partijen uiteindelijk nog mee als de beste stemmen van de cast!

Pluspunt in de hele voorstelling is toch wel de prestatie van koor en orkest van de Vlaamse Opera. Vanaf de korte prelude met het noodlotsthema die deze versie direct op gang trekt, laat Joel de muziek in volle kracht ontplooien. De harp klinkt zalig, de houtblazers en fluit treffend in de details. Het koor zingt – niettegenstaande de ongelukkige regie – fantastisch mooi. Het is een kleine troost voor een mislukte avond.