Auteur Nathalie Hamaekers

31 januari 2014 blijft in mijn geheugen gegrift. Die dag, die avond, maakte ik mijn operadebuut met het bijwonen van de première van Beethovens ‘Fidelio’  in de Opéra Royal de Wallonie te Luik. Meteen een oogopener van formaat die  een gat in mijn cultuur opgevuld heeft.

Opera ken ik wel wat van uitzendingen en door er over te lezen en het kon me niet voldoende aanspreken omwille van de verhalen over de ongewone hedendaagse invullingen. Wat ik in Luik zag was geen futuristische brol vol onwaarheden, maar een mooi voorbeeld van hoe een opera wel zou moeten zijn.

Voor degenen die het verhaal van Beethovens enige opera, Fidelio, nog niet zouden kennen: het Duitse libretto vertelt hoe Leonore haar man uit de gevangenis wil bevrijden door zich te verkleden als man, genaamd ‘Fidelio’.

Eerste act met trage start

De onlangs gerestaureerde Opéra Royal heeft zijn oude glorie teruggevonden waardoor het lijkt alsof je teruggespoeld wordt naar het verleden. Het nieuwe kleedje had zeker aandeel bij de uitvoering van ‘Fidelio’.

De stemmen kwamen goed tot hun recht al scheen het, vanuit de plaats waar ik zat, dat het orkest zich geen blijf wist met de akoestiek. Het orkest, onder leiding van Paolo Arrivabeni, zette de eerste acte zeer somber in. Het was een slappere vertoning waartussen de pauk de akoestiek hoog onderschat scheen te hebben en er maar op los sloeg. Dit effect hoorden de bezoekers die niet onder een balkon zaten en dicht tegen de zijwand niet. De paukenslagen en de echo hielden een loopje met de muzikaliteit. Hopen dat ik  bij een volgend bezoek mag zitten waar onze hoofdredacteur enkele dagen nadien zat: in de koninklijke loge. Daar klonken, ondermeer de pauken, helemaal niet zo oorverdovend. De violen waren niet al te goed gestemd en de samenhang van het geheel kon echt wel beter. Dat had ook een zeker effect op de zangers die tijd nodig hadden om zich ten volle te uiten.

De regisseur van dienst, Mario Martone, deed zijn uiterste best om het stuk in al zijn originaliteit te bewaren, het mag (moet?) onderstreept worden. Het decor vertoonde enkele hedendaagse elementen, maar dat stond mijn fantasie niet in de weg.

De eerste keer dat mijn haren rechtstonden, was toen de vier hoofdpersonages zij aan zij uit volle borst zongen. Hier kreeg ik een mooie definitie van hoe een opera nu juist zou moeten zijn. Alleen Jaquino, de portier van de gevangenis, gezongen door Yuri Gorodetski, stelde teleur. Hij heeft een piepjonge en niet dragende stem die duidelijk nog niet op haar hoogtepunt is en waardoor hij soms uit de boot viel. Wanneer Rocco, de vader van Marzelline, (de Duitse bas/bariton Franz Hawlata), op het podium verscheen, was zijn stem onverslaanbaar tegenover de twee andere zangers, Jaquino en Marzelline – Rocco’s dochter, in rol gezet door Cinzia Forte heeft een breeddragende stem die in de hoogte wat mag afgerond worden, maar ze moet niet onderdoen voor de andere zangers. Marzelline, ze is zo verliefd op Fidelio, maar wordt geliefd door Jaquino. Het zorgt voor wrevel. Marzelline maakt ons duidelijk dat ze Fidelio het hof wil maken en wijst Jaquino telkens af.

Leonore alias Fidelio, de echtgenote van Florestan, werd groots vertolkt Jennifer Wilson. Zij  gaat de strijd aan om haar geliefde te bevrijden uit de gevangenis door zich als man te verkleden. De rol wordt ingekleed als een sterke, onafhankelijke vrouw die niet tegen onrecht kan, bracht ze pakkend op de planken. Haar stem werd gehoord, en haar ontroerende spel bleef lange tijd nazinderen.

De vaderlijk zingende Rocco zou de gouverneur toestemming moeten vragen om Florestan vrij te laten. Don Pizarro, de gouverneur, gespeeld door Thomas Gazheli, maakt het met zijn komst meteen al duidelijk dat hier niets van zal terechtkomen. Hij uit zijn wraak door zich arrogant en autoritair jegens Florestan te gedragen. Hij bracht in zijn vertolking een wervelwind op het podium die zorgde voor een ommekeer in heel de uitvoering. Hij streefde de perfectie na, en die vond ik ook terug in zijn rol.

Nog in de eerste acte worden de gevangenen blootgesteld aan het licht. Het licht dat ze in het overbekende Gevangenenkoor zo subtiel dankbaar lof toezingen, al biddend bijna. Uitstekend ingeleefd en gezongen en deze gevangen brachten hun lijden op de voorgrond. De stemmen waren mooi verweven als een geheel.

Tweede acte, een ode aan de vrijheid, beklijft

In de tweede acte kregen we Florestan, de echtgenoot van Leonore, te zien. Ik zat op het puntje van mijn stoel, toen zijn stem – hier gezongen door Zoran Todorovich, weerklonk door de hele ruimte. Hij was geraakt door het onrecht dat hem werd aangedaan, maar net wanneer hij het wil opgeven, komt Leonore, verkleed als ‘Fidelio’, hem redden.

Al meteen nadat de eerste noot haar hoogtepunt had bereikt, viel alles samen. Ook het orkest deed zijn uiterste best om het verhaal zo goed mogelijk bij te staan. Hieruit bleek dat de eerste acte slechts een opwarmertje was voor wat nog zou komen. Fidelio heeft Florestan gered uit zijn kelderkerker, waarop hun stemmen in harmonie het publiek tot algemene stilte dwong en kippenvel bezorgde.

Uiteindelijk worden de andere gevangenen ook vrijgelaten door Don Fernando, de Minister, gezongen door Laurent Kubla. De bevrijde mannen worden verenigd met hun vrouwen. Het koor van de nu ex-gevangenen en hun vrouwen bezingt hun geluk toe. Don Pizarro wordt opgepakt door de Minister en zal de plaats van Florestan in de cel innemen.

Allen zingen samen op de grootsheid van de vrouw die haar echtgenoot heeft gered. Allen zingen samen in broederlijkheid. Allen zingen samen in harmonie, alsof ze één geheel vormen. Allen zijn gelijkwaardig. Het doet mij een beetje denken aan de Franse Revolutie die wordt gestreden door één vrouw, en ook wordt gewonnen. Het doet weer nadenken over het onrecht dat vandaag wordt ongedaan, maar waar zo weinig of niets aan gedaan kan worden. En dan zijn er weer die helden die voor die ommekeer kunnen zorgen. Vanavond mag ‘Fidelio’ zich als held ontwaren.