Een goed idee van de Opéra Royal de Wallonie om dit zelden opgevoerde werk eens van onder het stof te halen. Zo kunnen we kennismaken met de luchtiger kant van het verhaal, waarvan Verdi met Falstaff zo’n meesterwerk gemaakt heeft. De voorstelling is vrolijk en amusant, maar kan er ons niet van overtuigen dat de “komisch-phantastische Oper” van Otto Nicolai een meerwaarde is voor het repertoire.

Een goed idee van de Opéra Royal de Wallonie om dit zelden opgevoerde werk eens van onder het stof te halen. Zo kunnen we kennismaken met de luchtiger kant van het verhaal, waarvan Verdi met Falstaff zo’n meesterwerk gemaakt heeft. De voorstelling is vrolijk en amusant, maar kan er ons niet van overtuigen dat de “komisch-phantastische Oper” van Otto Nicolai een meerwaarde is voor het repertoire.

Otto Nicolai (1810-1849) inspireerde zich zowat vijftig jaar voor Verdi op Shakespeare’s The merry wives of Windsor, en hij behield de titel van het oorspronkelijke stuk. In het stuk treedt, in een soort negentiende-eeuwse soap, de situatiehumor op de voorgrond. Alle elementen van het verhaal zitten erin: de brief die de twee vrouwen (hier Frau Fluth en Frau Reich) van de verleider Falstaff ontvangen, de jaloerse echtgenoten, de herrie rond de verloving van Jungfer Anna Reich en de nachtelijke verkleedpartij in het bos van Windsor om Falstaff zijn lesje te leren. Het stuk eindigt op een positieve noot, met het huwelijk van Anna en Fenton en de verzoening met de gefopte Falstaff. We missen de psychologische observatie waarmee Verdi de zelfingenomen vrouwengek Falstaff tekent en op het einde de moraal laat meegeven.

Regisseur David Hermann heeft het verhaal naar de huidige tijd verplaatst. De decors zijn eenvoudig: soms mooi (bijvoorbeeld het café “Le Chic”, waar Frau Fluth en Frau Reich elkaar ontmoeten), soms de dwaasheid van het verhaal beklemtonend (bijvoorbeeld de tuinscène in het tweede bedrijf, waar de minnaars van Anna zich aanbieden). Sommige “grappen” worden te veel uitgemolken, zodat ze hun effect verliezen (het “liefdesnestje” met voile gordijntjes in de woning van Fluth). Falstaff is een overdreven afzichtelijk figuur. De scènes bij de psychiater verliezen door de herhaling hun hallucinante dubbelzinnigheid.

Zwak orkest, redelijk homogene cast

Blijft het verhaal oppervlakkig, ook de muziek is in zijn volksliedkarakter niet echt beklijvend. Er is de mooie ouverture en een aantal melodieuze passages tillen het werk even boven het doorsnee-Singspiel uit. De bekende aria van Fenton (“Horch die Lerche singt im Hain”) heeft in het laatste bedrijf een mooie tegenhanger in de minder bekende aria van Anna, “Wohl denn, gefasst ist der Entschluss”. Dirigent Christian Zacharias slaagt er echter niet in zijn muzikanten tot speelsheid, laat staan pittigheid aan te sporen. Er zit dit keer geen engagement in het orkest en de muziek kabbelt maar voort.

De zangers genieten van de ensembles. Ze hebben zich uitstekend in hun rol ingeleefd en ingepast in de visie van waanzin. Ze zijn een homogeen geheel met een paar positieve en negatieve uitschieters. Werner Van Mechelen speelt en zingt met heerlijke panache zijn rol van jaloerse Herr Fluth. Zijn ‘vrouw’ wordt met veel overtuiging gezongen door Anneke Luyten. Ze is een heldere en soepele sopraan, die enkel in de hoogste noten wat schril is. Een absolute afknapper was de Falstaff van Franz Hawlata: de zanger is blijkbaar totaal versleten. Sophie Junker en Davide Giusti waren een charmant jong koppel.

Een voorstelling die zijn waarde als kennismaking met het werk heeft, maar waar we meer van verwacht hadden.