Geen pauze en geen verlossing en verheerlijking in de versie van “Der Fliegende Holländer” die de Royal Opera voorstelt in een reprise van de productie van 2009 van Tim Albery, met opnieuw de superbe Welshe bariton Bryn Terfel in de titelrol.

Geen pauze en geen verlossing en verheerlijking in de versie van “Der Fliegende Holländer” die de Royal Opera voorstelt in een reprise van de productie van 2009 van Tim Albery, met opnieuw de superbe Welshe bariton Bryn Terfel in de titelrol.

Zijn Hollander is in de eerste plaats een getormenteerde mens, niet een mythisch of diabolisch personage. Hij betreedt het toneel, een zwaar touw meeslepend dat hem blijkbaar met zijn schip verbindt maar tegelijkertijd de last van zijn lot symboliseert.

Een brede, schuin aflopende metalen plaat met achteraan grote lichten stelt het schip van Daland voor (decor Michael Levine). Een angstaanjagende massieve, zwarte schaduw glijdt erover heen om de aankomst te suggereren van het schip van de Hollander waarvan we in het laatste tafereel alleen de loopbrug zien.

Geen jonge meisjes met een spinnenwiel in het huis van Daland maar arbeidsters achter naaimachines en een leeg toneel verlicht door een eenzame lamp en twee stoelen voor de confrontatie tussen Senta en de Hollander.

Het plotse opduiken van de bemanning van het spookschip met bleke spookachtige gezichten zorgt voor een schokeffect in het laatste tafereel.

Gekozen voor de originele 1843 Dresden versie

Aangezien men koos voor de originele 1843 Dresden versie van de opera is er geen verlossing en verheerlijking maar eindigt de opera met het beeld van Senta die een model van een driemaster in de armen houdt, het scheepje dat ze bij het begin van de opera op het voortoneel heeft geplaatst. Het is dus duidelijk niet het portret van de vervloekte zeeman die haar fascineert. Ontmoet ze hem werkelijk of leeft ze in een wereld van dromen en illusies?

Ik moet toegeven dat deze interpretatie van Tim Albery mij nu meer overtuigd heeft dan bij de première in 2009. Misschien in vergelijking met een aantal vergezochte en onmogelijke versies die ondertussen te zien waren.

Inspirerende leiding

Het muzikale niveau was hoog dank zij een orkest van Covent Garden in prima vorm en de aandachtige en inspirerende leiding van Andris Nelsons die een storm wist te ontketenen en de geesten oproepen maar ons ook heerlijke lyrische en intieme momenten en expressieve kracht liet horen.

De koren van de Royal Opera voorbereid door Renato Balsadonna presteerden schitterend, vooral de mannen en de bezetting was homogeen en duidelijk geëngageerd.

In de eerste plaats natuurlijk Bryn Terfel die de rol zingt met zijn weelderige en goed gecontroleerde stem, heel wat subtiele nuances aanbrengt alternerend met dramatische kracht en een zeer menselijke Hollander op de planken zette. Adrianne Pieczinka had geen problemen met de vocale eisen van de partij van Senta die ze zong met een soepele en stralende stem als een dromerige en gepassioneerde  jonge vrouw in een bloemetjesjurk. Peter Rose gaf scenische en vocale allure aan Daland, joviaal en inhalig met rijke bas-tonen. De Erik van Michael König was minder overtuigend als figuur en zijn tenor klonk eerder genepen. De Steuermann van Ed Lyon daarentegen was op ieder gebied geslaagd. Catherine Wyn-Rogers tenslotte zette een degelijke Mary neer. Een boeiende avond.