De viering van de tweehonderdste verjaardag van de twee operareuzen van de 19de eeuw Giuseppe Verdi en Richard Wagner inspireerde heel wat concert- en operaprogramma’s. Zo presenteerde het Koninklijk Concertgebouworkest twee uitvoeringen van “Der Fliegende Holländer” van Wagner in het Concertgebouw van Amsterdam. Het orkest had de integrale opera voor het eerst en het laatst uitgevoerd in 1979 o.l.v. Edo de Waart voor de Nederlandse Operastichting. 

 

De viering van de tweehonderdste verjaardag van de twee operareuzen van de 19de eeuw Giuseppe Verdi en Richard Wagner inspireerde heel wat concert- en operaprogramma’s. Zo presenteerde het Koninklijk Concertgebouworkest twee uitvoeringen van “Der Fliegende Holländer” van Wagner in het Concertgebouw van Amsterdam. Het orkest had de integrale opera voor het eerst en het laatst uitgevoerd in 1979 o.l.v. Edo de Waart voor de Nederlandse Operastichting.

Mise en espace

Nu stond de Letse dirigent Andris Nelsons aan het hoofd van het Koninklijk Concertgebouworkest waarvan hij sinds 2008 een graag geziene gast is. Voor de belangrijke koorpartijen waren maar liefst drie Duitse koren naar Amsterdam gehaald: het Chor des Bayerischen Rundfunks, het WDR Rundfunkchor Köln en het NDR Chor. Op verschillende plaatsen op het podium en in de zaal opgesteld (want er was een “mise en espace” van de concertante opera !) leverden ze een indrukwekkende bijdrage. Zo stuurde de bemanning van het spookschip zijn angstaanjagend gezang vanop het balkon de zaal in als antwoord op de uitdaging van de Noorse zeelui die op het podium waren opgesteld, omringd door hun vrouwelijke partners. Of die “mise en espace” echt nodig was, betwijfel ik. Zo zal het grootste deel van het publiek nauwelijks het verschijnen van de Holländer boven op het balkon opgemerkt hebben. Maar gelukkig deed het trap af, trap op, over en weer geloop geen afbreuk aan de uitstekende muzikale uitvoering!

Meeslepend verhaal, vol overgave

Andris Nelsons, ondertussen ook al actief bij de Bayreuther Festspiele, ontketende met het Concertgebouworkest een storm die je onmiddellijk op het randje van je stoel deed zitten. De golven werden onder Nelsons dwingende hand muzikaal bijzonder expressief opgezweept door het uitstekende orkest met volle klank en donkere kleuren om dan enigszins bedwongen te worden door de stemmen van Dalands matrozen. Vanaf dat moment bouwde Nelsons een meeslepend verhaal op, dramatisch voortgestuwd maar afgewisseld met de meer ontspannen momenten en ruimte voor de bevlogen lyrische passages. En het orkest volgde hem vol overgave en met weelderige klank. In tegenstelling tot de meeste scenische uitvoeringen de dag van vandaag werd er een pauze ingelast na het eerste bedrijf zodat er geen ononderbroken spanningsboog over de hele uitvoering kon gespannen worden. Maar Nelsons en het orkest namen de draad vlug en moeiteloos opnieuw op en brachten de opera tot een boeiend einde.

Overtuigende zangersbezetting

Dit uiteraard dank zij de medewerking van een overtuigende zangersbezetting, aangevoerd door de uitstekende, vocaal gave en sonore Daland van Kwangchul Youn met voortreffelijke tekstprojectie. Terje Stensvold gaf de Holländer allure en stemkracht en meer bezadigdheid dan demonie. Senta vond een bijzonder expressieve en geëngageerde pleitbezorgster in Anja Kampe die een zinderende vertolking neerzette maar vocaal duidelijk haar grenzen aftastte. Christopher Ventris was een viriele Erik met heldere, edelmetalen stem en interpretatieve nuances. Russell Thomas gaf de Steuermann jeugdige onbezorgdheid en een frisse, krachtige tenor maar Jane Henschel was vocaal een eerder zwakke Mary. Voeg daarbij de bijzonder sonore, homogene en precies zingende koren en het is duidelijk dat deze uitvoering een heerlijk verjaardagsgeschenk was.

P.S. Andris Nelsons is op 7 juni met het City of Birmingham Symphony Orchestra te gast in Bozar. Op het programma o.m. de ouverture tot “Der Fliegende Holländer”