Met “La Favorite” schreef Donizetti  een Franse “grand opéra” in vier bedrijven op een libretto van Alphonse Royer en Gustave Vaëz .  De première vond plaats op 2 december 1840 in de Parijse Opera (Salle Le Peletier). Maar het is waarschijnlijk als “La favorita” dat deze opera het meest werd opgevoerd en ook op de plaat is vastgelegd. Geen Italiaanse versie uiteraard voor het Théâtre du Capitole in Toulouse en voor mij een gelegenheid om dit mooie werk dat vroeger ook in onze opera’s geregeld opgevoerd werd – onder meer met  onze grote Rita Gorr – nog eens in zijn oorspronkelijk vorm te beleven.

Met “La Favorite” schreef Donizetti  een Franse “grand opéra” in vier bedrijven op een libretto van Alphonse Royer en Gustave Vaëz .  De première vond plaats op 2 december 1840 in de Parijse Opera (Salle Le Peletier). Maar het is waarschijnlijk als “La favorita” dat deze opera het meest werd opgevoerd en ook op de plaat is vastgelegd. Geen Italiaanse versie uiteraard voor het Théâtre du Capitole in Toulouse en voor mij een gelegenheid om dit mooie werk dat vroeger ook in onze opera’s geregeld opgevoerd werd – onder meer met  onze grote Rita Gorr – nog eens in zijn oorspronkelijk vorm te beleven.

Bijna was het er niet van gekomen want de productie moest heel wat hindernissen overwinnen voor ze inderdaad in première kon gaan. Van de oorspronkelijk aangekondigde bezetting  werden  uiteindelijk vier zangers en de dirigent vervangen. Eerst gaf de gevierde Franse mezzo-sopraan Sophie Koch verstek omdat ze de kans kreeg Charlotte in Massenets “Werther” in de Metropolitan van New York te zingen. Gelukkig werd vrij vlug een goede vervangster gevonden in de Amerikaanse Kate Aldrich, een zangeres vertrouwd met het Franse repertoire. Maar later moesten ook andere vertolkers voor de rollen van Fernand, Balthazar en Don Gaspar en een nieuwe dirigent gevonden worden. Dat gebeurde en het resultaat mocht zich beslist laten horen.  Jammer dat ook het ensceneringsteam niet  uitgewisseld werd want de bijdrage van die heren was bepaald niet erg geslaagd.

Weinig geïnspireerde enscenering

Vincent Lemaire ontwierp een erg sober decor bestaande uit hoge bogen geflankeerd door een spiegelwand dat weinig atmosfeer had. En noch de grote opgezette pauwen noch de anachronistische  meubels veranderden daar iets aan. Gelukkig zorgde de belichting van Guido Levi voor wat kleur. De kostuums ontworpen door Christian Lacroix waren veeleer grillige fantasietjes van een couturier, veelkleurig en glanzend  maar ook lelijk en zelfs belachelijk (koordames) en zelfs hinderlijk (jurken van Léonor). En waar haalde hij het om haar in een vuurrode, laag uitgesneden jurk te kleden wanneer ze verondersteld wordt een monnikspij te dragen? In dit kader heeft Vincent Boussard een weinig geïnspireerde enscenering gerealiseerd, zeer afstandelijk en zonder echte emotie of passie, met koren die zich in groep verplaatsten en een personenregie die meer dan eens vragen opriep. Waarom sterft Léonor niet in de armen van Fernand maar verdwijnt ze in de diepte van het toneel?  Was de hele handeling slechts een visioen van Fernand? En waarom moet die met een (fosforescerend) valies  rondlopen? Begrijpe wie kan.

Zangers vol engagement

Gelukkig waren er de zangers die zich vol engagement inzetten en hun personages tot leven brachten met een voortreffelijke Franse uitspraak. Die stelde uiteraard geen problemen voor de uitstekende Franse bariton Ludovic Tézier die de gewenste allure gaf aan Alphonse XI, koning van Castilië,  verliefde en jaloerse vorst, die de schoonheid van  “les jardins de l’Alcazar” bewondert en zijn passie voor Léonor uitzingt. Hij deed dat met veel autoriteit  met zijn krachtige bariton met een bronzen timbre. Kate Aldrich was een mooie, verleidelijke Léonor die goed de verschillende emoties van  de maîtresse van de koning kon tot uiting brengen en de partij met een warme, homogene en expressieve stem zong.  De jonge Chinese tenor Yijie Shi zorgde voor een echte verrassing. Ik kende hem vooral als een zanger van het Rossini-repertoire dat hij reeds in Pesaro vertolkt had. Ook in de Vlaamse Opera  liet hij reeds zijn soepele, virtuoze maar eerder slanke stem klinken. Zijn Fernand echter liet een onverwachte vocale kracht horen van een voortreffelijk gecontroleerde stem met de nodige  nuances. Hij vertolkte de veeleisende partij met stijl, overwon zonder problemen alle hindernissen, kon ontroeren en dat alles in een  nagenoeg perfect Frans. Bravo. Misschien bleef hij iets te veel de schuchtere jonge man maar hij kan en zal uiteraard in de rol groeien. Giovanni Furlanetto gaf de figuur van de abt Balthazar menselijkheid, adel en strengheid met een iets te smalle stem. Inès, de vertrouwelinge van Léonor vond in Marie-Bénédicte Souquet een charmante vertolkster met een heldere, frisse stem en Alain Gabriel was een prima Don Gaspar. De koren verdedigden zich goed.

Het was Antonello Allemandi die uiteindelijk het voortreffelijke Orchestre National du Capitole dirigeerde in een vloeiende uitvoering met mooie sonore contrasten en subtiele nuances maar die soms eerder oppervlakkig klonk en een groet dramatische adem miste.