Hoe zeer het vanaf 1954 bijdroeg tot de hernieuwde interesse in de Franse Barokmuziek, wil ik het nu even niet hebben over de wereldberoemde tune van de eurovisie-uitzendingen. Ondanks de omvang van zijn oeuvre is er relatief weinig van zijn muziek uitgebracht op cd. De labels Ricercar en Novum brengen daar wat verandering in. Interessant.
Hoe zeer het vanaf 1954 bijdroeg tot de hernieuwde interesse in de Franse Barokmuziek, wil ik het nu even niet hebben over de wereldberoemde tune van de eurovisie-uitzendingen. Ondanks de omvang van zijn oeuvre is er relatief weinig van zijn muziek uitgebracht op cd. De labels Ricercar en Novum brengen daar wat verandering in. Interessant.
Marc-Antoine Charpentier (ca.1643-1704) componeerde opera’s, Pastorales, Musique de scène, Comédies, in de beginjaren ’70 van de 17de eeuw, Comédies-ballets voor Molière (bij “La Comtesse d'Escarbagnas”, “Le Mariage forcé” en “Le Malade imaginaire”), Interludes, Musique religieuse (o.a. 11 Missen) en Pièces instrumentales. En precies over die instrumentale muziek van hem is relatief weinig bekend. Lange tijd leek het er zelfs op alsof Charpentier uitsluitend religieuze muziek had gecomponeerd. Wie was hij ? Hij werd gevormd door Giacomo Carissimi en werd maître de musique van het collège Louis-le-Grand. Charpentier was een heel religieus componist. In die mate zelfs dat een groot deel van zijn instrumentaal repertoire uit onderdelen bestaat voor de liturgie.
***** De meest bekende is de “Messe pour plusieurs instruments au lieu des orgues”, H.513 is, eerder opgenomen door La Fenice en Jean Tubery voor Ricercar (RIC 245). Kan ik trouwens aanbevelen. Rond 1685, toen privé kringen bekend raakten met de Italiaanse sonate, componeerde Charpentier weliswaar zijn “Sonate à huit” (grave, récit de la viole seule – sarabande, récit de la basse de violon – bourrée, gavotte – gigue – passacaille – chaconne). Hij ontdekte deze nieuwe stijl samen met François Couperin, die ook sonaten componeerde in deze stijl. Deze Sonate, waarin Charpentier de Italiaanse stijl combineerde met het principe van de Franse dans, werd een van de hoogtepunten van de Franse, instrumentale barokmuziek. De “Symphonies Pour un Reposoir” H.508 ouverture, tantum ergo, fugue genitori (gregoriaans, amen, allemande-grave) waren bedoeld om een processie buiten te begeleiden waar geen orgel was. Het belangrijkste onderdeel van deze cd is wellicht de verzameling kerstmuziek “Noëls pour les Instruments” H. 531, 534, voor instrumentaal ensemble en orgel. Gebaseerd op het manuscript, respecteert deze interpretatie de aanwijzingen van instrumentatie en de specifieke orgelregistraties van de componist. Naast deze composities zijn ook de oorspronkelijke versies van de meerstrofige kerstliederen te beluisteren, zoals ze te vinden zijn in Franse verzamelingen uit de vroege achttiende eeuw (les bourgeois de châtre , ô créateur , vous qui désirez sans fin, laissez paîtres vos bêtes, a la venue de Noël, Joseph est bien marié, or nous dites Marie, à la venue de Noël , une jeune pucelle, Joseph est bien marié, oừ s’en vont ces gais bergers en les bourgeois de châtre. Een ontdekking. Een heel mooie cd.
*** Het Choir of New College Oxford en Oxford Baroque o.l.v. Edward Higginbottom kozen voor twee “Psaumes” en voor één van de acht oratoria die Charpentier componeerde. “Conserva me, Domine”, H. 230 werd gecomponeerd op de tekst van Psalm 15 en dateert uit 1699. “Caecilia virgo et martyr”, H. 397, één van de vier oratoria op deze tekst, componeerde hij in 1677/78 en van Charpentiers zeven toonzettingen van de tekst “De profundis clamavi” van psalm 129, werd het grand motet (H.189) op deze cd, gecomponeerd in 1683 bij het overlijden van Koningin Marie-Thérèse, de eerste echtgenote van Koning Lodewijk XIV. De sopraan Robyn Allegra Parton (guest soprano) is in de rol van Caecilia hier in mindere doen dan wanneer ze Mozarts Zerlina rol zingt, maar de tenor Guy Cutting (haute-contre), Oliver Longland (basse-taille) en de bas Patrick Edmond, allen verbonden aan het New College in Oxford, hebben stuk voor stuk prachtige stemmen. Bepaalde koorpartijen van de Trebles mochten wat egaler en juister van toon klinken, (14 jongens (de trebles, dus) tegenover 5 tenoren en 5 altos is moeilijk in balans te krijgen), maar al bij al draagt ook deze cd bij tot de verdere herontdekking van de religieuze muziek van Charpentier. Maar dat Charpentier geen Tudor music componeerde, maakt deze cd duidelijk.